Bestellen

Home
Bres 273


Rome, Constantinopel, Bagdad en nog veel verder


De verdwenen kerken van het Oosten


Philip Jenkins


Het christendom van Paulus verspreidde zich naar het Westen. Het christendom van Jacobus – de broeder van Jezus – verspreidde zich naar het Oosten. Tot in China toe. Maar wie kent de Kerk van het Oosten (nog)?


Voor de meesten onder ons is de geschiedenis van het christendom na de beginperiode vooral een Europese aangelegenheid. We denken aan Karel de Grote (ca. 742-814), Beda Venerabilis (672-735), aan Thomas van Aquino (1224-1275) en Franciscus van Assisi (1181-1226), en aan een landschap met gotische kathedralen en romantische kloosters. We denken aan een kerk die verweven is met politieke macht, aan pauzen die keizers in de ban doen en aanmoedigen tot de kruistochten. In dit beeld is geen ruimte voor het oude christendom van het Oost-Romeinse rijk, met Constantinopel als middelpunt, maar evenmin voor het uiterst belangrijke verhaal van de christelijke godsdiensten buiten de grenzen van het Romeinse Rijk, in Afrika en Azië. Misschien hebben we last van het feit dat we vreemde termen als ‘nestoriaans’ gebruiken, waardoor de indruk ontstaat dat de oosterse godsdiensten obscure sekten of duistere geloven zijn en geen bijzonder vitale tak van de christelijke traditie. Alleen door te benadrukken dat deze Aziatische bewegingen wel degelijk christelijke ‘papieren’ hebben, kunnen we inzien hoe sterk en divers de wereldwijde kerk was in het millennium na het concilie van Nicea in 325 en hoe groot de ramp was toen deze bewegingen ten onder gingen vanaf de dertiende eeuw.


Vergeten koninkrijken
Logischerwijs moeten we dus de grenzen van het Romeinse Rijk over om te zoeken naar ’s werelds eerste christelijke naties. Het eerste christelijke koninkrijk op aarde was Osroene, voorbij de oostgrens van het Oost-Romeinse Rijk, met als hoofdstad Edessa: rond het jaar 200 aanvaardde de koning het christendom. Het betreffende regime was van korte duur, maar het naburige Armenië nam rond 300 het christendom als officiële godsdienst aan en heeft dat tot de dag van vandaag zo gehouden. Het christelijke koninkrijk Armenië bereikte zijn hoogtepunt in de vroege Middeleeuwen, onder de Bagratiden, toen de koninklijke hoofdstad Ani een van de belangrijkste steden van de oosters-christelijke wereld werd. Hoewel Ani nu al eeuwenlang een spookstad is, zijn er genoeg ruïnes van kathedralen, kerken, basilieken en kloosters overgebleven om een idee te krijgen van hoe ‘de stad met de 1001 kerken’ eruit moet hebben gezien. Georgië ging kort na Armenië over op het christendom, en beide landen hebben een schitterend erfgoed in de vorm van oude kerken en kloosters (zie artikel Armeense kerk), om maar te zwijgen van de kunstzinnige christelijke handschriften. Ook Georgië kreeg zijn alfabet van christelijke zendelingen. Ten oosten van Osroene lag het kleine koninkrijk Adiabene, met Arbela als hoofdstad. Ook was er een omvangrijke joodse gemeenschap. 


[lengte gehele artikel 2200 woorden]








Een rondgang in zevenmijlslaarzen


De (geschiedenis van de) oosterse kerken


Leo van Leijsen


In bepaalde steden van het Midden-Oosten kun je door de christelijke wijken wandelen en heel de keur aan oosterse kerken vinden. In dit artikel reizen we door Jeruzalem, Beiroet, Damascus en Aleppo.


Je zou het liefste ter plekke de tour maken. De oriëntaalse context spreekt tot de verbeelding. Nadeel is dat deze steden in de frontlinie van gewelddadige conflicten lagen of liggen. Het mondaine Beiroet in het immer gespannen Libanon danst vrolijk door op de rand van de vulkaan, net zoals – iets minder frivool – het ‘heilige’ Jeruzalem. Dat beider vulkanen op dit moment sluimeren, maakt een veilige rondgang nog wel mogelijk. Maar wie waagt op dit moment ziel en zaligheid in Damascus of Aleppo in het roerige Syrië? 


Gang door de geschiedenis
Gelukkig kan men ook oosterse kerken in heel hun grote diversiteit vinden in grote steden in het westen, zoals Parijs of Brussel of - als je het als één stedelijke entiteit ziet - de Randstad. We beperken ons niet tot de midden-oosterse christelijke kerken, maar nemen die van de Balkan (Griekenland, Servië, Roemenië), Oost-Europa (Rusland, Oekraïne), India en de Hoorn van Afrika (Ethiopië, Eritrea) mee. We moeten wel meer speuren, want in het Westen bevinden hun godshuizen zich in de meest onverwachte hoeken: voorheen katholieke of protestantse kerkgebouwen, oude scholen, voormalige bedrijfsterreinen of – met eigen nieuwbouw –  in buitenwijken. Oosterse kerken in het Westen dus! Maar waarom dan ‘oosters’ geheten? Een rondgang, niet door oosterse of westerse steden, maar met zevenmijlslaarzen  door de geschiedenis, maakt hopelijk meer duidelijk.


Oosters?
‘Oosters christendom’ is oorspronkelijk een geografische benaming: alle christendom ten oosten van West-Europa. Nogal eurocentrisch. En die situatie is ook allang achterhaald. Er zijn christenen met een westerse traditie in het Oosten, en – zoals we zagen – oosterse christenen in het Westen. Onze leefwereld is de global village. Oosterse christenen wonen overal, zij het in hun oorsprongsgebieden doorgaans in grotere aantallen dan daarbuiten. Maar er zijn uitzonderingen: tegenwoordig wonen meer Irakese christenen in de emigratie dan in Irak zelf, dit alles vanwege de politiek. Een ware tragedie, want kunnen die kerken wel hun eigenheid behouden als ze zijn afgesneden van hun historische habitat? 
Hoewel de geschiedenis ‘oosters’ en ‘westers’  binnen het christendom door elkaar heeft gehusseld, voldoet de term ‘oosters christendom’ toch als verzamelnaam. Op grond van hun gezamenlijke achtergrond en geschiedenis delen deze kerken, dwars door alle particularisme en verdeeldheid heen, een bepaalde ‘geest’ . Die maakt een afbakening ten opzichte van het westers christendom (rooms-katholicisme en protestantisme) plausibel. Een Russische orthodox en een christen in Ethiopië – hoezeer gescheiden door afstand en kerkelijke grenzen – delen een geestelijke onderstroom die teruggaat op beider oorsprong. Aan het einde kom ik daarop terug. Om de huidige gemeenschappelijke wortels bloot te leggen, richten we ons allereerst op die oorsprong.


[lengte artikel  2100]






Marleen in Reliland


Hippe hersenkronkels





De ogen van de oudere heer in de rij schitteren
als ik begin over Awakenings van Oliver Sacks en web.afb-column-marleen.jpg
Damasio. Daarnaast las hij Het land van de stilte van neuropsycholoog Paul Broks. Topdrukte bij het Theater van het Woord in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam, want hier zal professor neurobiologie Dick Swaab spreken, auteur van bestseller Wij zijn ons brein. Maar wat maakt onze hersenen nou zo populair?
Van Swaab haalt even fel uit naar het pseudowetenschappelijke onderzoek van cardioloog Pim van Lommel die in zijn boek Eindeloos bewustzijn stilstaat bij de bijna-doodervaring, ofwel BDE. De tunnelervaring, waarbij bijna-overledenen zich aan Gene Zijde wanen, is inmiddels medisch verklaard. Ieder visioen spruit voort uit onze neuronen
 tijdens verlaagd bewustzijn, demystifiseert de wetenschap. Van Lommel beschrijft bevlogen hoe een tijdelijk hersendode vrouw haar eigen operatie waarneemt over de schouder van haar hersenchirurg. Verderop staat een verhaal van een vanaf haar geboorte blinde patiënt, die tijdens haar BDE over een reëele en voor haar zichtbare weg met bomen vliegt. Bewustzijn zonder stof. Is dit geen bewijs dat ons lichaam slechts het tijdelijke en aardse voertuig is van onze geest? De crux van deze mystiek is dat de ervaring niet valt te bewijzen omdat het bewustzijn zelf de getuige is.
Neurologie blijkt een verkapte speurtocht naar identiteit en zingeving. Op zoek naar de optelsom van eigenaardigheden die ons ego bepaalt. Descartes dacht de zetel van de ziel te vinden in de pijnappelklier. Broks zocht het ik, maar stuitte op het grote niets. ‘Zolang onze hersenen een mysterie zijn, zal ook het universum een mysterie blijven,’ zei Nobelprijswinnaar 1906 Santiago Ramón y Cayal.
Neurologische vertellingen bewegen op de rand van wetenschap en wonder. 
Het onderzoek en de feiten zijn erg empirisch, maar de beschrijvingen bijzonder poëtisch. Gelukkig zijn we in de bibliotheek. De borrel na de lezing sla ik over om de genoemde titels nog voor sluitingstijd uit de kast te plukken. Wie de boeken lezen zal  blijft voor mij een raadsel.


Marleen Schefferlie





OP het Oog


‘Lettertekens als gegeven vorm zijn sluiers, zij verbergen het woord.
Lettertekens leiden naar het woord wanneer de lezende af kan zien van het letterteken.
Eerst is er het woord, dan de letter, het teken.’
(vertaald uit Bewusstseinsstufen, Georg Kühlewind 1976


Mijn werk als schilder is mijn antwoord op alles waar
 ik mee in aanraking kom, alles wat ik meemaak in de web.afb-sonja-vd-klift-oog.jpgwereld.
Ik zie een immense honger naar wezenlijke beelden. Een schrijver vertelt verhalen. Een schilder vertelt in beelden. 
Ik wil vertellen over het licht en heb daarvoor het duister nodig, in alle mogelijke tonen en kleuren, in nuances en schakeringen. ‘Kleuren zijn de daden en het lijden van het licht’ (Goethe)


Met het afgebeelde schilderij deed ik mee aan een prijsvraag ‘Den Haag, stad van recht en vrede.’
Hierbij koos ik voor het archetypische beeld van een duif die vanuit een dynamische beweging het duister overwint en opgaat in het licht.


Vrede op onrecht bevochten, 2010
Acryl op 3D doek 80/80 cm.
Sonia van der Klift (1948, Den Haag)





Column Leyla

Onlangs heb ik een deelgenomen aan cursus
 “Profeten in de Koran en Bijbel”  in het kader van web.afb-column-leyla.jpg interreligieuze ontmoetingen met het doel elkaars geloof beter te leren kennen . Tijdens een van de cursusavonden werd ik door een jonge (christelijke) vrouw van vierentwintig uitgenodigd om een bidstond bij te wonen in de pelgrimskerk te Rotterdam.  Na mijn bezoek aan de kerk zou zij een keer mee gaan naar de moskee waar ik zo nu en dan deelneem aan het gebed en de verdere soefi meditaties die daar plaatsvinden.
Een bidstond is bijeenkomst waar gezamenlijk gebeden wordt met of zonder een specifieke thema. Het is een traditie binnen deze kerk om het twee maal per jaar te doen in de lente en in de herfst.  Ik heb de uitnodiging zonder nadenken geaccepteerd en ben er naar toe gegaan. Terwijl ik luisterde naar de woorden van de voorganger vergat ik even dat ik in een christelijke kerk zat. De woorden van de voorganger klonken bijna hetzelfde als die van een willekeurige imam. De voorganger begon met de vraag “Wat levert jouw leven op voor God? “ Wat ik ook best confronterend vond, maar mij ook aan het denken heeft gezet. Verder had hij het over dat het geloof verstikt indien men geen ontvankelijkheid heeft.  Hij had het over de vreugde die men kon hebben met de wetten van God. Dat zijn dezelfde dingen die je kan horen van een imam in een moskee. 
Bidden is niet per se gebonden aan een kerk of een moskee. Bidden is voor mij een worden met God en in alle overgave dingen loslaten waaraan ik me vast heb gemaakt. Bidden is ook bidden voor elkaar en de ander die anders is dan ik. Ik kan God overal en elk moment ontmoeten en aanbidden, dus ook in een kerk of synagoge.
In de Islam kennen we twee soorten gebedsoorten. De Salaat, het gebed dat vijf maal per dag wordt verricht. Dit kan zowel collectief gedaan worden in de moskee als individueel thuis.  Het is een meditatief moment dat als volgt wordt weergegeven in de Koran. 
“Lees voor wat aan jou van het boek is geopenbaard en verricht de salaat; de salaat verbiedt wat gruwelijk en verwerpelijk is. Maar het gedenken Gods is geweldiger. En God weet wat jullie doen.(29-45) “ 
In de Koran wordt niet duidelijk gemaakt hoe dit gebedsritueel verricht moet worden. Hiervoor kijken we weer naar het leven van profeet Mohammed, vrede zij met hem. Hij is de leermeester van moslims en dient als voorbeeldfiguur.  De salaat is de agenda van de dag voor de moslim.  Alle wereldlijke bezigheden worden hieromheen ingepland. De salaat is de balans tussen het  wereldse en spirituele bestaan.  
Een ander vorm van gebed is de dua,  de smeekbede,  dat de hele dag door gedaan kan worden. Deze is niet gebonden aan vaste tijden, specifieke rituelen of een speciale plaats daarvoor.  Het is voor een moslim mogelijk om zonder tussen persoon elk moment zich te richten tot God om kracht en inspiratie te vragen of gewoon je hart te luchten bij Hem en dankbaar te zijn. God zegt in de Koran:
“Ik verhoor het gebed van de smekende,  wanneer hij Mij aanroept. (2-186)”


Leyla






Uitgelicht


Het gebaar van Gabriël


Hoe is het toch mogelijk dat de
engelenwereld zo nabij is, en we
 ons er maar vaak zo weinig van
 bewust web_uitgelicht.jpegzijn?
Als kunstenaar in spe vroeg ik me tijdens mijn opleiding al af waarom de engelen in de huidige tijd niet meer in de kunst voorkomen, en besloot daar wat aan te doen. Sindsdien is het een onderwerp welk me als beeldhouwer begeleidt, en nooit in de steek laat. 


Tachtig procent van de beelden die ik maak zijn engelgestalten. Ik probeer dat in diverse materialen: hout, steen, klei, doek, draad, maar het best bevalt me brons. Het maken van een bronzen beeld is als het kruipen door het oog van een naald. Het gaat van iets (boetseerwas) naar niets (was wordt weggestookt, er blijft een niets over) naar een bronzen beeld, welk langzaam tevoorschijn komt. Ik ervaar een analogie met de engelenwereld. Er is een iets (ikzelf, de mensenwereld) er is een ‘niets’: de onzichtbare wereld, waarin de engelen zijn, en er kan langzaam een synthese tevoorschijn komen, in mijn benadering van beide werelden. Dan komt er een delicate ontmoeting tot stand.
Dat is de achtergrond waartegen ik probeer mijn kunst te maken. 


Sinds een aantal jaar werk ik aan de gebaren van de aartsengelen, waar dit beeld de derde uit een reeks van zeven is.


Rik ten Cate
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken







Het christelijke manicheïsme als synthese tussen Oost en West


Manicheïsme aan de zijderoute


Roland van Vliet


Het christelijk manicheïsme verspreidde zich nog tijdens het leven van Mani langs de zijderoute naar het Oosten. In de achtste eeuw was het Oeigoerse koninkrijk een christelijk koninkrijk.


In de verbreiding van het christendom heeft Paulus een belangrijke bijdrage geleverd om deze jonge religie vanuit Palestina tot over Turkije, Griekenland en Italië te globaliseren. Veel minder bekend is dat Mani (216-276) zijn manicheese christendom een paar eeuwen later heeft verbreid over Perzië, Egypte, India, Rusland en China. Mani voelde zich geroepen door Christus als zijn apostel. Ondanks het feit dat Mani in Paulus zijn voorganger ziet, is de oerchristelijke stroming van Mani van een heel andere signatuur die heel geëigend was om Oost en West met elkaar te verbinden. 


Christendom; genade en/of reïncarnatie
Het manicheese christendom verbindt de genade van Christus met een leer waarvan de ziel door meerdere incarnaties tot ontwikkeling komt. Het is niet zo dat wanneer je de intuïtie hebt dat je al meerdere levens geleefd hebt, je geen christen zijn kunt; want het manicheïsme in het oerchristendom had al de idee in zich dat je in Christus de noodzakelijkheid van het karma kunt vereffenen en je dan later in vrijheid kunt incarneren om de lijdende mensheid bij te staan. Overal in het Oosten, zeker in het hindoeïsme en boeddhisme, werd de idee van karma en reïncarnatie geleerd. Augustinus, representant van het christendom van het Westen – die negen jaar lang Manicheeër is geweest voordat hij de leer van Mani in zijn Contra Faustum is gaan bestrijden –  verwerpt deze idee en komt tot het dogma van de erfzonde. Vanuit de gedachte dat ieder mens een deel is van de Adamziel die gegeten heeft van de boom van kennis van goed en kwaad, is ieder mens door de zondeval gegaan. De erfzonde zorgt ervoor, volgens Augustinus, dat je niet meer zuiver kunt denken en je wil kan bepalen; alleen de genade van Christus, door de kerk bemiddeld, kan het zuivere onderscheid tussen goed en kwaad bepalen. Augustinus stelt zelfs dat de genade van God heeft gezegevierd over de menselijke vrijheid. Ik vond in mijn onderzoek dat Augustinus zijn begrip van de erfzonde ontleende aan zijn manichese verleden en daar later een eigen inhoud aan gaf. Hij noemt erfzonde concupiscentia of ‘boze begeerte’, een begrip dat in het manicheïsme voorkwam, maar daar zoveel betekende – in de zin van een boeddhistisch verstaan – als ‘niet vereffend karma’. In het manichese christendom druiste dit niet in tegen de menselijke vrijheid, want karma en de vrije wil zijn inherent aan elkaar verbonden; met de vrije wil schep je karma als je onbewust blijft van je werkelijke (onvrije) motieven van handelen en ook met de vrije wil kun je met karmische of lotsituaties omgaan en deze vereffenen.


[lengte artikel 2300]






Christenen in Olon Sume-in Tor


De verloren Lotuskruisen


Tjalling Halbertsma


Stomverbaasd waren de Belgische katholieke missionarissen toen ze aan het einde van de negentiende eeuw in China aankwamen: vele christenen waren hen reeds voorgegaan. ze vonden stenen kruisen van de christelijke öngut in Mongolië.


In de zomer van 2000 vertelde een bevriende historicus in Beijing me dat hij jaren geleden in de Fangshan-bergen een steen had gezien met de afbeelding van een kruis. Hoewel hij zich niet meer kon herinneren hoe de steen of het kruis eruit hadden gezien, en hij ook geen foto’s genomen had, was de opmerking interessant. Al in 1919 waren er twee lotuskruisen in de Fangshan-bergen ontdekt maar die raakten verloren. En dus ging ik op zoek.


Het klooster Shizi Si
De Fangshan-bergen doemen ten Zuiden van Beijing op boven een landschap van akkers en velden. Shizi Si, het ‘Klooster van het Kruis’, of ‘van de Tien Tekens’, had in een vallei gestaan, maar dit gebergte heeft lange uitlopers en het gebied is te groot voor een willekeurige zoektocht. Fangshan is echter ook een dorpje en dat leek dan ook de meest logische plaats om de zoektocht naar de steen met het kruis te beginnen. De eerste de beste boerenfamilie die ik de weg vroeg, wees zonder aarzelen naar een enorme boom aan het einde van de vallei. Het was een van de makkelijkste zoektochten in China, en bovendien een tocht die uiteindelijk tot een van de mooiste vondsten van de Kerk van het Oosten in China zou opleveren.


Tussen de draken een kruis
Zoals bij vrijwel alle bijzondere kloosters in China het geval is, is het niet moeilijk je voor te stellen dat de Fangshan-vallei als locatie werd gekozen om een klooster te bouwen. De vallei heeft aan weerszijden boomgaarden en akkers en is gericht naar China’s geliefde richting: het Zuiden. In de zomer hangen er perziken en pruimen aan de bomen en zijn er stroompjes langs de paden. Een enkele dorpeling loopt hoog de bergen in om bij een bron water te halen die medicinale kwaliteit zou bezitten. Aan het einde van de vallei staat de reusachtige boom waarop de boerenfamilie wees en pal onder de boom staat nog altijd de stèle die de bouw van het klooster memoreert. Rijen regelmatige karakters staan zorgvuldig in de metershoge steen gebeiteld en in het topornament zijn de geschubde lichamen van vier draken gehouwen. De  draken zijn twee aan twee met hun lichamen om elkaar heen gedraaid en dragen in hun klauwen een motief van vlammen en wolken waarin iets bijzonders gebeurt; tussen de vlammen en de wolken staat een kruis van de Kerk van het Oosten.


[lengte artikel 2400 woorden]







Ahura Mazdao, Mithras en Christus


De Armeense 'onderaardse' kerkenbouw


John van Schaik


De oudste kerken van de christenheid zijn in Armenië te vinden. Kerken als donkere rotskoepels waarin het licht van Christus afdaalt. Aldus de ‘stichter’ van de Armeense kerk, de heilige Gregorius de Verlichter.


Op 23 februari 303 beveelt de Romeinse keizer Diocletianus de christenvervolging in zijn gehele rijk. Een van de gevolgen is dat zevenendertig christelijke maagden naar het koninkrijk Armenië vluchten onder leiding van hun abdes Gayane. Aldaar worden ze in het gevang gezet door koning Tiridates de Grote (ca. 280-330). Eén van de martelaressen, de heilige Hripsime is echter zo mooi dat Tiridates als een blok voor haar valt en haar als vrouw begeert. Natuurlijk weigert ze – ze is immers al getrouwd met Christus. Het gevolg is dat ze zwaar wordt gemarteld en gedood en met haar de andere maagden. God laat dat volgens de vita van Hripsime niet ongestraft, Hij verandert Tiridates in een wilde leeuw. Toch is God de arme Tiridates barmhartig en stuurt de heilige Gregorius de Verlichter (ca. 239- ca. 325) op de koning af. Gregorius wordt al veertien jaar in een kerker gevangen gehouden, alwaar hij stiekem wordt gevoed door de koningin die reeds christen is. Gregorius blijkt in staat om de koning wonderbaarlijk te genezen met als gevolg dat hij – en zijn hele koninkrijk – zich bekeert tot het christendom. Het is 315 na Christus. Vanaf dat moment tot op heden is Armenië christelijk. 


[lengte artikel 1800]






Serie: esoterie in de schilderkunst in de Gouden Eeuw [5]


Het mooiste meisje van Nederland


Het meisje met de parel van Vermeer


Arno Kaat


Steevast kiezen de bezoekers van het Mauritshuis Het meisje met de parel van Johannes Vermeer als hun favoriete schilderij. Waarom eigenlijk? Wat is het mysterie van dit schilderij?


Weinig schilderijen roepen zulke sterke reacties op als Het meisje met de parel. Oek de Jong, schrijver van onder andere de romans Cirkel in het gras en Hokwerda’s kind, schreef in een essay over Vermeer dat hij er jarenlang een reproductie van had, waar hij iedere dag, al was het maar een paar momenten, naar keek.  Zij herinnerde hem aan ‘eenvoud, onschuld en ontvankelijkheid.’ Deelnemers aan de verkiezing van het mooiste schilderij van Nederland in 2006, georganiseerd door het dagblad Trouw, schreven onder andere: ‘Puur en zo lieflijk’, en een ander: ‘Het geniale in dit portret van Vermeer zit misschien verscholen in de eenvoud van het sensueel weergegeven gezichtje van het meisje’. Leken en kunsthistorici  zijn opvallend unaniem. ‘Ze straalt een ongekende zuiverheid uit’, schrijft bijvoorbeeld Vermeerkenner A. K. Wheelock jr. 
Het meisje kijkt de beschouwer aan over haar linkerschouder. Ze is uitgelicht ‘zoals de maan tegen de nachtelijke hemel’, aldus De Jong. Ze heeft  fijne gelaatstrekken. Haren van wimpers en wenkbrauwen ontbreken. Haar hoofd is omwikkeld met een bij de kruin geknoopte tulband of turban met een afhangend uiteinde dat tot aan haar schouderblad reikt. Ze draagt een opvallend grote, druppelvormige parel als oorhanger. Haar mond is ten dele geopend en haar blik heeft iets vragends. ‘Met haar mond een beetje half open en die afwachtende ogen lijkt het alsof  ze net een vraag heeft gesteld en op antwoord wacht’, schreef een van degenen die op haar stemden bij de verkiezing van het mooiste schilderij van Nederland.  De totaalindruk is er onmiskenbaar een van zuiverheid, reinheid, ongeschondenheid.


[lengte artikel 2340 woorden]



Laatst geupdate op ( dinsdag 08 mei 2012 )
 
© 2012 Bres - Tijdschrift voor religie, wetenschap en gnosis.